Balans tussen stijf en beweeglijk De rugwervels zijn niet zomaar los op elkaar gestapeld. Ze zijn verbonden door banden (enigszins elastisch materiaal) en spieren. Deze zorgen voor stabiliteit. De rug draagt veel gewicht. Daarom moet hij stevig zijn en niet zomaar in elkaar kunnen zakken. Door de banden en spieren is het mogelijk dat de rug kan bewegen. Een gezonde rug heeft een goede balans tussen mobiliteit (beweeglijkheid) en stabiliteit (stijfheid). Tussenwervelschijven Tussen de (hardere) wervels zitten de (zachtere) tussenwervelschijven. Deze tussenwervelschijven fungeren als een soort flexibele “schokdempertjes” die ervoor zorgen dat een rug geen stijve “bezemsteel” is maar enigszins mee kan bewegen met het lichaam. Zo’n tussenwervelschijf bestaat uit een kern van vloeistof, die omringd wordt door enigszins elastische banden.
De banden aan de achterkant zijn meestal ‘ontspannen’ tijdens het lopen en staan. Bij het krommen (bol maken) van de rug komen ze onder spanning te staan. Als de tussenwervelschijven langdurig en vaak onder spanning staan, kunnen ze rugklachten veroorzaken. Bolle rug vaak boosdoener Bij veel gewone, dagelijkse handelingen kan de rug het flink te verduren krijgen. Vaak lijken die handelingen heel onschuldig. Bijvoorbeeld: uit bed stappen, sokken en schoenen aantrekken, iets oprapen van de vloer etc.
Zonder dat iemand het in de gaten heeft wordt de rug daarbij vaak bol (krom) gemaakt. Dan kunnen de achterste banden rond de tussenwervelschijven onder grote spanning komen te staan. De meeste rugklachten komen voort uit deze overbelaste tussenwervelschijven. |